Terug naar nieuws

18 jaar gezinshuis LéMaNo

2026-08-18
  • Ondernemerschap

Wat voor Driestroom Onderneemt 18 jaar geleden begon, begon voor Rachel en Frank ook 18 jaar geleden. Eerst via een andere zorgorganisatie en vanaf 2015 onder de paraplu van Driestroom. Speciaal voor ons 18-jarig jubileum blikken Rachel en Frank in een zelfgeschreven stuk terug op hun ontwikkeling, de samenwerking en de groei die zij hebben doorgemaakt.

‘Ken je dat gevoel?’

December 2007. Een in Frankrijk wonende vriendin is voor de kerstvakantie in Nederland. We wandelen door ons dorp langs een oude boerderij die te koop staat. Ik zeg tegen haar, dat ik, als ik later groot ben, ook zo'n kast van een huis wil en dan vol kinderen die een plekje nodig hebben. Ze bekijkt mij eens nadrukkelijk van top tot teen en zegt: 'hoe groot wil je worden dan?' We lachen ons suf, maar het zaadje is geplant. Een week of wat later hebben we een bijeenkomst bij Entrea, waar we horen over een nieuw project; de gezinshuizen. De projectleider vraagt bijna terloops, waarom ik eigenlijk niet solliciteer. Dezelfde week nog stuur ik de gekste sollicitatiebrief die ik ooit heb geschreven. Ik begon mijn brief met: 'Ken je dat gevoel?'

Wat volgt is een uitgebreide procedure, gesprekken met mij, gesprekken met Frank, gesprekken met ons samen en gesprekken met onze kinderen, psychologische tests, antecedentenonderzoek en referenties worden gecheckt. Al met al duurde het een maand of vier voor ik aangenomen was. Dan gaat het ineens snel: inpakken, verhuizen, uitpakken. Huis inrichten voor zeven kinderen, twee volwassenen en twee honden. De jongens van het voetbalteam van onze zoon Lévi stonden er klaar voor. Ze hebben wat gesjouwd, meubels in elkaar gedraaid en verhuisdozen leeggeruimd. Ondertussen hadden we gewoon nog een erg ziek kind dat geopereerd moest worden, een ontregelde Asperger, een (nog niet gediagnosticeerde) ADHD’er, een crisisopvang pleegkind dat voor een weekend kwam en er na een jaar nog was (maar niet mocht blijven). Én een huis te koop in een ingestorte woningmarkt. Ach, als dat allemaal gaat, gaat de rest ook wel! Toch?

De eerste jaren

Dossiers lezen, casussen bespreken, overleggen met voogden van voorgedragen kinderen, kennismaken met kinderen, met ouders, met netwerken van het kind en dan het kind plaatsen. Op 28 juni 2008 kwam de eerste, weet ik nog. Een meisje van 10 jaar vanuit een groep met een bijzondere moeder. Natuurlijk. Het meisje was bijzonder, maar die moeder, wauw! Wat een start! De mate van controle was waanzinnig. Meteen ook leerde ik, dat sommige ouders wel heel goed zijn in het gebruiken van alle mogelijkheden die Nederland te bieden heeft op het gebied van ondersteuning. Nooit geweten, bijvoorbeeld, dat ouders drie keer kinderbijslag kregen als hun kind uitwonend is, maar zij aan kunnen tonen dat ze de kosten van de zorg grotendeels zelf dragen en het kind tenminste een bepaald percentage van de tijd bij hen was. Of ik daar dan maar meteen even een verklaring voor wilde tekenen. Ehm, nee, dat wil ik niet, tenminste, niet als het niet waar is. Uiteindelijk gaat het kind na een klein half jaar terug naar haar eigen ouders. Zo fijn, als dat een optie kan zijn. Les één. Terug naar huis: beter kan niet, maar soms is het een noodgedwongen optie, die niet ideaal is, maar minder slecht dan het alternatief.

Dat eerste jaar, mijn hemel, dat eerste jaar. Het was overleven. Vooral gewoon adem blijven halen. Lessen, heel veel lessen. En vragen, heel veel vragen. Vooral de vraag: waar zijn we in hemelsnaam aan begonnen? Was wat ons bezig hield. Wat hebben we veel ondersteuning gehad van alle lieve mensen om ons heen, mijn ouders, mijn zus, mijn broer, vrienden, familie, maar ook scholen, de voetbalclub, ouders van vriendjes, mensen uit het netwerk van geplaatste kinderen. De uitdrukking "It takes a Village to raise a child" kreeg daadwerkelijk inhoud. We komen dat eerste jaar door en buffelen ook het tweede jaar nog lekker verder. Maar ook aan dit nieuwe leven wennen we. Er ontstaat een soort van ritme waarin iedereen zijn weg vindt, zijn uitdagingen krijgt, successen (groot en klein) boekt en zich ontwikkelt. Kinderen komen en gaan. Sommigen zijn er kort, maar veel zijn er, vaak ook tegen alle verwachtingen in, heel erg lang, tot ruim 11 jaar. Sommigen vertrekken volgens plan, sommigen gaan eerder, sommigen later. Het gaat allemaal zoals het leven gaat. Moeilijk, makkelijk, maar het vaakst een beetje van allebei.

Beter konden wij het niet doen; het kind én de ouder terug waar ze horen te zijn: samen, hoe moeilijk dat soms ook kan zijn!
Rachel en Frank Zorgondernemers gezinshuis LéMaNo

Samenwerken met Driestroom

Het jaar 2015 begint met een nieuwe uitdaging in jeugdzorg: de transitie. We gaan uit dienst bij onze huidige zorgaanbieder. Hun project ‘gezinshuizen’ willen ze op een andere manier dan met gezinshuisouders in dienst vormgeven. Wij kiezen onze eigen route, eerst zelfstandig en iets later bewust als franchisenemer bij Driestroom. Opnieuw is het inpakken, verhuizen en uitpakken, maar dan met zeven kinderen/jongeren in plaats van drie. Oh en eerst nog even verbouwen. Moet kunnen, toch? Het is zoals in 2008: gewoon blijven ademen en doorgaan. Opnieuw buffelen we een soort eerste jaar door. Naast de zorg voor de kinderen moet er nu ook een bedrijf gerund worden: administratie, personeel, planning, verantwoording bij gemeenten en overheid, bij de inspectie van jeugdzorg, bij de verantwoordelijke jeugdbeschermers, bij ouders. Het is een nieuwe extra dimensie aan een toch al enorme mooie baan. Gelukkig blijft de hoofdtaak opvoeden (in het kwadraat).

De kleine mensen en ons verhaal

Boeken vol zou ik kunnen schrijven over al die kleine mensen, die bij ons woonden, die voor een bepaalde periode deel uitmaakten van ons gezin, ons thuis, ons hart. Altijd weten we dat ze, als ze komen, ook weer gaan. Wat er in de periode gebeurt, die tussen komen en gaan ligt, is bij ieder kind weer anders, bij ieder kind weer bijzonder en oh zo heerlijk voorspelbaar, onvoorspelbaar. De kleine stuiterbal van net zeven jaar, die bij aankomst een heleboel skippyballen in de tuin ziet liggen. "Keileuk die springdingen, maar ik kan zelf springen!" Hij voegt uiteraard daad bij woord en komt springend ons leven binnen. De derde nacht staat hij naast mijn bed: "ik moet bij jou in bed, want ik heb een nachtmerrie!" Ik word wakker, kijk hem aan en zeg "nee, dat hoeft niet, want je bent wakker.” Hij is even verbaasd, maar realiseert zich dan dat ik gelijk heb, zegt 'oké' en draait zich om, terug naar z'n eigen kamer, z'n eigen bed in, niet meer gehoord of gezien die nacht. Hilarisch!!

De vader die komt kennismaken en meteen even de toon zet: "Ben jij die bitch op de foto van de folder?" Z'n dochter die, volgens het dossier van de groep waar ze tot op dat moment woonde, vecht als een soort straatkat. Op mijn vraag, een aantal weken later, waarom ze bij ons nog steeds niet heeft gevochten zegt ze resoluut: "Jij luistert naar mij en ik heb hier een eigen kamer." Ze vliegt na vijf jaar uit, tegen alle verwachtingen in terug naar diezelfde vader, die zo bijzonder de toon zette bij de kennismaking. Het lukte hem om mee te gaan in de flow die we met zijn dochter ingezet hadden, hij kickte af van alcohol en drugs en pakte, voor zover mogelijk, het leven weer op, samen met z'n dochter, met begeleiding en met het leven. Beter konden wij het niet doen; het kind én de ouder terug waar ze horen te zijn: samen, hoe moeilijk dat soms ook kan zijn! De intrinsieke kracht van het meisje dat wilde bewijzen dat het anders kan. Van de verwachting langdurig afhankelijk te zijn van (woon-) zorg, behandeling en begeleiding naar terug naar papa, van de verwachting praktijkonderwijs naar een mbo-niveau 4 diploma. Nog altijd zijn we ontzettend trots op de kracht en het doorzettingsvermogen van deze kanjer.

Zoveel kinderen, zoveel verhalen, zoveel voorbeelden, zoveel liefde, zoveel kracht. En zéker, niet alles was positief. Er waren ook momenten dat we faalden in onze hulp. Dat wij niet in staat waren het kind te bieden wat het nodig had. Soms was het zelfs zo dat we, juist omdat we de juiste snaar raakten, niet konden bieden wat er nodig was. Simpelweg, omdat we té dichtbij kwamen. Er zijn ook echt voorbeelden die veel tranen hebben gekost. Er zijn zelfs voorbeelden die blauwe plekken en kneuzingen hebben gekost. Ook dat hoorde erbij. We kijken zelfs op die verhalen niet met negatieve gevoelens terug. Het zijn momenten waarop we ons realiseren dat we kwetsbaar zijn op meerdere fronten. We hebben al die jaren min of meer in een glazen huis gewoond. Iedereen kijkt mee. En terecht! We voeren een klus uit met een zeer kwetsbare groep. Dat vraagt controle, zorgvuldigheid, veiligheid. Kijk naar alle negatieve en hele nare verhalen, die breed uitgemeten zijn in de media. Het zijn hele verdrietige verhalen, die een stem verdienen. Tot mijn grote spijt is het echter ook zo, dat tegenover al die hele vervelende verhalen zoveel positieve verhalen staan, die net zo goed een stem verdienen, maar die niet krijgen. Het onverwoestbare kind, dat ondanks alle tegenslagen en de slechte start in het leven, buigt maar niet barst.
 
Zo hebben we er meer gezien. Zo zijn we trots op zoveel kinderen. Zéker niet in de laatste plaats onze eigen kinderen. Zonder hun bereidheid om hun vrienden, hun familie, hun hele systeem, maar vooral hun ouders te delen, hadden wij dit nooit kunnen doen. Het is aan degenen die naam gaven aan het gezinshuis, waar wij het meest trots op zijn. Lévi, Matilde en Noa (LéMaNo) hebben 18 jaar lang hun ouders gedeeld (en daarvoor nog eens vijf jaar met pleegkinderen in huis) met kinderen die vaak harder riepen dan zij, meer protesteerden, meer aandacht vroegen en kregen, meer kansen nodig hadden en kregen. Ze hebben regelmatig, zeker voor hun gevoel, moeten inleveren op die vlakken. Het heeft hen wat gekost, maar ook wat opgeleverd. Zoals het leven je eigenlijk altijd wat kost en oplevert, maar dan op een bijzondere manier.

De toekomst

Nu zijn we, net als de franchisetak van Driestroom, 18 jaar. Een volwassen gezinshuis. Volwassen is mooi, maar blijven spelen, kind blijven, de wereld bekijken met de naïeve vrolijke blik van een kind is nog vele malen mooier. We wensen dat iedereen toe; samen groot en sterk worden, maar met de vrolijke onbevangen verbazing van een kind. Zorg voor elkaar, zorg met elkaar en zorg van elkaar; samen. Dat geldt niet alleen voor collega-zorgondernemers, maar ook voor Driestroom Onderneemt zelf. Vergeet niet kind te blijven, ook of misschien wel vooral, nu de franchisetak zo groot groeit. Blijf elkaar zien, blijf het samen doen, blijf kijken naar elkaar met de speelse en nieuwsgierige verbazing van een kind.

We gaan, min of meer noodgedwongen, een nieuwe fase in. De fase van afsluiten en afscheid nemen. Dat gaat zoals we het steeds hebben gedaan. Samen. Ook dát gaat zoals het hoort, met een vrachtschip aan prachtige herinneringen, een container aan ervaringen. Traan en lach gaan hand in hand. Maar we doen het samen, zoals we dat steeds hebben gedaan. 'Samen op weg naar groot en sterk' was het motto, is het motto, blijft het motto. Het is prachtig om dat, juist nu, zo helder terug te zien bij onze grootste en trouwste supporters; onze kinderen Lévi, Matilde en Noa, schoonkinderen Kirstin en Remco, kleinkinderen Sem en Mats, zus Ester, broer Natan en schoonzus Miranda.

Starten als zorgondernemer?We beantwoorden al je vragen

Driestroom onderneemt Ritchie van Laren